Interview met Henk Compter over noodzaak groene transitie voor omwonenden Voorne
Geschreven door Mieke Zagt
Henk Compter is de bevlogen voorzitter van Vereniging Verontruste Burgers van Voorne. Hij heeft kennis van zaken, omdat hij zich vastbijt in zijn onderwerpen en omdat hij jarenlang als leidinggevende werkzaam is geweest op de Maasvlakte. Compter weet hoe het er aan toegaat.
Nu maakt hij zich zorgen over de natuur en het milieu, met name voor de mensen die rondom de haven wonen in de Rotterdamse havendorpen en in Oostvoorne, Brielle en Schiedam.
“De wind waait vaak vanuit het Zuid-Westen over de Maas naar Schiedam; daar is de lucht het meest verontreinigd”, zegt Compter. “Er is aan de overkant van de Maas minder georganiseerd rondom de zorgen over de haven, maar dat zouden ze beter wel doen”.
Compter kijkt met lede ogen naar de huidige ontwikkelingen in de Rotterdamse haven. Iedereen spreekt over de noodzaak van een groene transitie, maar de praktijk loopt achter. Hij zet zich met zijn Vereniging in voor een groenere haven, maar hij is geen tegenstander van bedrijvigheid. Integendeel, de voorzitter pleit voor de aanleg van een derde Maasvlakte.
Visie
“De haven heeft veel welvaart gebracht“, zo licht hij toe, “maar, zowel voor de uitbreiding van de haven als voor de energietransitie is een lange termijn visie en veel kunde nodig”.
Een van de opmerkingen die Compter hierbij plaatst is: “Waarom nu een kerncentrale in de haven plannen, als we volop in transitie zijn? Een kerncentrale bouw je niet voor een korte periode maar voor minstens 50 jaar. Straks moet alles weer anders. Bovendien is een kerncentrale in een dichtbevolkt gebied geen goed idee. In 2003 werd de kolencentrale in de haven gebouwd die nu weer afgebouwd moet worden. Dat kenmerkt het gebrek aan visie. Zonder lange termijnvisie wordt de overheid onbetrouwbaar”.
De rol van het Havenbedrijf
“Het Havenbedrijf gaat over het beheer van de grond en over de scheepvaart. Niet over de bedrijven. De gemeente gaat over het vestigingsbeleid in de haven”.
Maar het Havenbedrijf behartigt wel belangen van bedrijven in de haven.
“Ja. Denk aan het energienetwerk. Er is een gebrek aan energieleverantie in de haven. Volgens politici en het Havenbedrijf moet de capaciteit van het netwerk uitgebreid worden om alle fabrieken in de haven te blijven voorzien van stroom. Maar wie gaat dat betalen? Voor wie is die investering gunstig? En, wat hebben wij, de omwonenden, hieraan?”
Wat is de rol van de gemeente in de haven?
“Het vestigingsbeleid binnen het havengebied is een taak van de gemeente Rotterdam en de gemeenteraad hoort de wethouder hierop te controleren. De vergunningen die zijn afgegeven lijken voor eeuwig vastgelegd. De bedrijven in de haven hebben zich goed georganiseerd. Maar de tijden veranderen en veel vervuiling is bekend. De gemeente hoort de belangen van omwonenden te kennen, maar met hen wordt niet gesproken. De risico’s van al die vervuilende industrie worden onvoldoende meegewogen.”
Compter kijkt vanuit restaurant de Marion uit op de vallende avond over de nieuwe Maasvlakte. Lichtjes flakkeren. Het is bijna betoverend. Maar hij laat zich niet in de luren leggen.
“Denk bijvoorbeeld aan de ammoniaktanks die gebouwd zijn. Enorme schepen met 90 duizend ton aanvoer van ammoniak, dat door middel van fracking wordt opgehaald, liggen voor anker. Ammoniak is geen groen gas, maar een uiterst giftige stof. Het transport is zeer gevaarlijk: het gas is koud, wat wil zeggen dat bij een mogelijk gaslek de wolk omlaag gaat en dus niet in de lucht door de wind wordt meegenomen. Nu is de opslag veilig gemaakt, maar het transport en de overslag zijn dat nog niet.”
Investeringen
Er wordt veel gesproken over investeringen in de energietransitie, maar het gaat te langzaam. Compter licht toe: “Shell investeert in nieuwe energie met een waterstofcentrale. De hoeveelheid geproduceerde waterstof is vooralsnog alleen bestemd voor Shell zelf. De centrale wordt aangedreven door energie uit het windmolenpark op zee. Dat maakt de aandrijving afhankelijk van de wind. Er is daarom veel opslagcapaciteit nodig, maar deze uitbreiding laat op zich wachten.”
Wat is er dan nodig?
“Kennis. De meeste know how komt nu uit het buitenland. Wij hebben te weinig geschoolde mensen met de juiste kennis. De oude praktijkopleidingen die door de bedrijven zelf waren georganiseerd zijn weg, want veel werk werd geautomatiseerd. Er zijn geen nieuwe opleidingen voor in de plaats gekomen. De kennis die nu nodig is, is onvoldoende voorhanden. Er zijn inmiddels duizenden vacatures in de haven. Door de marktwerking vrij spel te geven, verloopt de transitie te langzaam”.
Een visionaire overheid
“De overheid en het Havenbedrijf hebben de dromen van het bedrijfsleven over waterstof en ammoniak klakkeloos gevolgd, maar de economische haalbaarheid, de technische haalbaarheid, waaronder voldoende grond, goed opgeleide mensen, hoogspanningsnetten en leidingstraten en de veiligheid van overslag en vervoer hebben ze niet ingecalculeerd”.
Om het belang van kundige sturing vanuit de overheid nog eens aan te tonen, verwijst Henk Compter naar het bedrijf Chemours in Dordrecht, waar de negatieve effecten van een verwaarloosd milieubeleid zichtbaar zijn: “Mensen zijn daar door hoge concentraties aan PFAS-afval ziek geworden. Chemours weet al jarenlang dat het dumpen van PFAS risico’s oplevert, maar ging ongemoeid door met lozen. De buitenlandse eigenaren wonen zelf niet onder de rook. Net zoals de eigenaren van Tata Steel niet in IJmuiden wonen. Dit soort bedrijven moet je krachtig aanpakken. De markt gaat het niet oplossen. De gemeente moet het vestigingsbeleid, waaronder het milieubeleid, veel beter reguleren, want marktwerking alleen houdt geen rekening met het maatschappelijke belang. Iedereen wil immers veilig wonen en werken”.
Foto: Peter de Jong Fotografie
